In deze tijd werk ik thuis net als een ieder die dat van de baas mag én bij wie het kan. Achter de laptop aan mijn eettafel prijs ik mij gelukkig dat ik veilig in Huize H. vertoef. 

Een tijdje terug droomde ik er nog van een Florence Nightingale te worden, zocht een baan die betekenisvol is voor de maatschappij met het idee daar zelf ook meer voldoening uit te halen. Wellicht een baan in de zorg of in een instelling waar mensen wonen die extra ondersteuning nodig hebben. Die gedachte bleef waar die zat * in mijn hoofd * en ik ondernam geen stappen in die richting. Ik bleef binnen de commerciële wereld aan het werk en ondersteunde daar collega’s, die zonder mijn ondersteuning waarschijnlijk ook prima zouden functioneren. Je doet wat je doet, eens in de zoveel tijd denk je ‘is dit het nou’ tot het leven weer roept en je doorgaat met doen wat je deed.

Toen mij ter ore kwam dat de Florence Nightingales van deze eeuw nog betaald worden met muntstukken uit een vorige eeuw, besloot ik helemaal maar even te blijven doen wat ik deed.  Om Huize H te kunnen blijven betalen. En mocht ik eens aan de verkering geraken met wie ik huis en kosten zou kunnen delen, dan kon ik altijd naar een omscholingsmogelijkheid kijken. Tot die tijd hing ik mijn denkbeeldige verpleegsterskapje aan de kapstok. Hoewel zo’n verpleegsters outfit wellicht juist een mogelijke verkering aan zou kunnen trekken ..

Zal ik ooit zo dapper en sterk zijn als de Florence Nightingales van deze tijd? Ik ben bang van niet. Het enige dat ik doe is binnen blijven. Dat maakt mij zo’n slap afreksel van een Florence Nightingale dat ik met Carnaval nog niet eens mag verschijnen in een verpleegstersoutfit. In deze tijden staan ze bovenaan de lijst van vitale beroepen, worden zij geprezen door de Koning en al zijn onderdanen.
Zij zorgen voor ons in de donkerste periode. Terwijl buiten de zon schijnt. Inmiddels krabt de overheid zich nog eens achter de oren over de minimale muntstukken die zij over hadden voor deze beroepsgroep. Duidelijker dan dit was het nooit