De regen kletterde keihard tegen mijn slaapkamerraam en de wind gierde langs het huis. Ik trok het dekbed over mijn oren, sloot mijn ogen en draaide mij nog eens om. Een nieuwe dag en het enige dat ik kon denken was ‘laat me slapen!’. Het opstaan stelde ik zeker nog een kwartier uit, al snoozend begon ik aan deze dag.
Nadat ik mezelf onder mijn warme dekbed vandaan had gewurmd, mijn blote voeten de koude vloer raakten, probeerde ik op te staan. Recht op te staan. Dit bleek niet te lukken. Krom strompelend liep ik richting douche, waar ik de warme stralen over mijn rug liet lopen. Voorzichtig kon ik alweer iets rechterop staan. ‘Ik word oud’, dacht ik. Op een dag ben je niet meer te repareren natuurlijk, maar ergens ga ik er vanuit dat die dag nog niet is aangebroken. Terwijl ik vervolgens in m’n blootje op de weegschaal durf te stappen, hoor ik het apparaat zeggen; ‘Niet met z’n tweeën’!.
Zo’n dag.

In het nieuws niets dan ellende. Een Amerikaans stel dat hun kinderen jarenlang mishandelde en vastketende, tot een van de kinderen wist te vluchten en alarm kon slaan, waarna de anderen ook gered konden worden. Nieuws over een man wiens huis inclusief huisraad volledig afbrandde, die zijn kat levend terugvond. Lichtpuntjes, je moet ze willen zien natuurlijk.

Blue Monday was een dan officieel week geleden, hier is het vandaag Blue. Karen Carpenter zong daar ooit een liedje over, over dit soort mondays, ver voordat zij er zelf een einde aan maakte. Dat laatste zal vast ook op een maandag zijn geweest.

Het is zo’n dag waarop ik maar één ding kan bedenken, om van dat gevoel af te komen. Na Sesamstraat naar bed!