Vandaag ontving ik een kaartje van mijn Tante Annie. En Ome Wim stond er onder, maar aan het sierlijke handschrift zag ik dat het van haar afkomstig was. Ik had mij eerder wat zorgen gemaakt, toen ik hoorde dat ze zelf de boodschapjes nog deed met haar bijna 85 jaar, terwijl ze astmatisch is en niet altijd even fit. Ik liet haar weten best een boodschap voor haar te willen doen. Maar nee, dat was heus niet nodig dat kwam allemaal goed, ze kon ook haar kinderen nog vragen zei ze.

Ze leest altijd zo graag mijn stukjes stond op het kaartje en ze vind het vervelend dat het misschien wel eenzaam voor mij is, in deze tijd. Erg lief hoor, maar over mij geen zorgen. Ik kan nog altijd prima met mijzelf door één deur.

Ik vermoed dat ze zich eerder zorgen moet maken om die mensen die met hun gezin in één huis in quarantaine zitten. Vrouwen die thuis proberen te werken en de kinderen tegelijkertijd thuisonderwijs geven, terwijl man zich terugtrekt in een andere kamer onder het mom van een videochat met de baas. Ik hoor verhalen van vriendinnen met spijt dat ze geen behang op de muren hebben, anders hadden ze man én kinderen daar nu met liefde achter geplakt.

Natuurlijk hoor ik ook dat ze er met elkaar wel het beste van maken. Monopoly, Dokter Bibber en het kaarten weer herontdekt hebben en ze in de late uurtjes samen een potje strippokeren. Niet Ome Wim en Tante Annie natuurlijk! Al blijven die inmiddels ook zoveel mogelijk binnen gelukkig. Althans, ik geloof niet dat ze daar zelf erg gelukkig van worden. Ze genieten zelf ook het liefst van de heerlijke voorjaarszon, fluitende vogels en de aanblik van de ontluikende Lente buiten. Maar zij schikken zich in hun lot, zoals zovelen. In de tussentijd vermaakt Tante Annie zich met kaartjes maken, met de mooiste vogeltjes op de voorkant en schrijft ze deze vol met haar sierlijke handschrift.

Een enkele keer denk ik terug aan de verhalen van mijn moeder over hun jeugd in dat grote gezin. Over de opa die ik nooit gekend heb, die er altijd voor gezorgd had dat de kinderen bang voor hem waren. Waarvan Annie, de oudste, destijds niet met haar Wim mocht trouwen, maar uiteindelijk wel voor zichzelf koos en er met Wim vandoor ging. Hoe dapper was dat, om in die tijd voor de liefde te kiezen!

Ze sloot af met de woorden dat ze van mij houden en hopen snel weer iets van mij te lezen. Die woorden hadden wij nooit eerder tegen elkaar gezegd. Wat deze tijden toch allemaal niet met ons doen. Bij deze, Tante Annie .. en Ome Wim natuurlijk, ik ook van u!