De assistente had beloofd te bellen als Dokter Frank onderweg zou zijn. Geen idee wat daar de reden van was, het voelde alsof Magere Hein er aan kwam en dit de last call was om hem buiten de deur te houden. Misschien belde ze zodat ik de oude kater nog even plat kon knuffelen. Al leek het erop dat hij zelf door had wat er aan zat te komen, hij was de afgelopen dagen aanhankelijker dan ooit.

Ik had een doos met een dekentje klaargezet, om hem in te kunnen leggen als het straks voorbij was. Voor die tijd had hij had de doos al gevonden en lag er heerlijk in te slapen op het moment dat Dokter Frank onderweg was. Ik durfde hem nu niet meer op te tillen om te knuffelen, hij lag nog zo lekker. Terwijl alles in mij schreeuwde ‘haal hem hier weg, hij is toch nog goed?!’. Maar ik deed niets.
De blik in de ogen van Dokter Frank was als die van een puppy die net de kussens van de bank had stukgebeten. Hij zei direct ‘sorry, ik kan het ook niet mooier maken dan het is’.
‘Er is niets moois aan’, dacht ik.
Ik stamelde ‘kunt u nog even naar hem kijken, misschien gaat het wel weer’? Hij schudde van nee.’Je doet er echt goed aan, hoe verdrietig ook’. Het leek alsof ik die woorden nodig had om de oude kater te kunnen laten gaan. Al had ik hem het liefst tot in de eeuwigheid bij mij.

Dokter Frank opende zijn koffer, haalde spuiten eruit en zei dat het zover was. Waarna ik de oude kater voorzichtig uit het doosje tilde en tegen mij aan drukte op de bank. Na de eerste prik gaf hij een harde schreeuw en beet keihard in mijn pols. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij beet en ik gaf hem groot gelijk. Daarna hing hij slap tegen mij aan tot ik voelde dat zijn hart stopte met kloppen. Hij kreeg een laatste prikje en toen was het echt voorbij.
Ik kon niet geloven dat ik dit had laten gebeuren.
Nadat ik hem voorzichtig weer in het doosje tilde kwam de lapjespoes langs om hem kopjes te geven. Ik liet Dokter Frank uit en bleef snikkend achter met de dode oude kater en de lapjespoes. We namen er even de tijd voor om samen echt afscheid te nemen, waarna ik het doosje sloot en de oude kater meenam.

Ik had besloten zijn lichaam na zijn overlijden te doneren aan de wetenschap. Begraven in de tuin zag ik niet zitten, de tegels lagen net waterpas en of het nou zo prettig is om onder de grond te belanden, daar twijfel ik aan. Verbranden vind ik helemaal een naar idee. Om in een potje op de schouw te belanden zeker.
Ik ben er van overtuigd dat als je er niet meer bent, de ziel uit je lichaam vertrekt. Het lichaam is dan niet anders dan een omhulsel.

Eenmaal in de wachtkamer bij de Faculteit voor Diergeneeskunde hield ik het doosje met daarin de oude kater stevig op schoot. Zelfs toen een dame hem van mij wilde overnemen. Ik liet haar even naar hem kijken, waarna ze mij beloofde met liefde en respect met hem om te gaan. Met moeite gaf ik het doosje met daarin mijn beste vriendje over. Waarna ik heel hard begon te huilen.
Nu voel ik wat missen is.

 

Dierdonorcodicil
Dankzij het dierdonorcodicil zijn veel minder proefdieren nodig voor het anatomisch onderwijs. Proefdiervrij werkt samen met de Universiteit Utrecht om dit aantal nog verder terug te dringen. Jij kunt daarbij helpen. Door jouw overleden huisdier te doneren aan de Universiteit Utrecht redt jouw dier een proefdier.

Kijk op de site van proefdiervrij onder dierdonorcodicil om te zien hoe dit in zijn werk gaat.