De dikke lapjespoes moest naar de dierenarts. Ze kotste steeds vaker de houten vloer onder en leek ineens afgevallen. Dat laatste zou reden tot vreugde moeten zijn, maar door het kotsen maakte ik mij toch wat ongerust.
Toen ze mij aan zag komen met het reismandje, dook ze meteen onder de bank. Het kostte mij wat overredingskracht en de belofte aan wat lekkers nadien, om haar mee te krijgen naar de dierenarts. Leugens om bestwil. Voorlopig kreeg ze natuurlijk helemaal niets lekkers.

De dierenarts vond niets bijzonders en stuurde ons weer naar huis, met het advies dat ik haar een poosje in de gaten moest houden.
In de weken die volgde werd ze steeds actiever. Ik liet haar tig keer per dag naar buiten, als ze voor de deur zat te miauwen en net zo vaak weer binnen, als ze twee tellen later weer aan de andere kant van de deur zat te miauwen. Hoog tijd voor een kattenluikje, ware het niet dat ik bang was dat ze daar met haar omvang in zou blijven steken.

Toen zelfs mijn nachtrust werd verstoord door het gemiauw, was ik er helemaal klaar mee. Buiten dat er overduidelijk iets aan de hand was met de dikke, was dit wel de druppel. Een goede nachtrust is mij heilig, wat dat betreft ben ik zelf net Garfield, kom niet aan mijn nachtrust (en aan mijn eten!).

Ik nam haar weer mee naar de dierenarts. Hij nam de reismand van mij over en gaf direct aan dat dit een goede manier was om zijn biceps te trainen, zonder naar de sportschool te hoeven gaan.
Nadat hij de dikke lapjespoes volledig binnenstebuiten had gekeerd en al haar kwabben bevoeld had, werd het tijd voor het bloedonderzoek. De assistente kwam om de poes in bedwang te houden, al had ik dat zelf prima gekund. Ze fluisterde in haar oor dat alles goed zou komen en hoe goed ze het wel niet deed. De ogen van de dikke lapjespoes knepen zich tot spleetjes toen ze zich naar mij wendde. Mijn schuldgevoel maakte dat ik besloot mijn belofte tot ‘lekkers achteraf’ toch maar na te komen.
De dierenarts had de tondeuse niet alleen gebruikt om wat haar af te scheren maar had deze iets te diep in haar huid geboord. Een diepe jaap tot gevolg. Arme dikke.

Ka ching! Deed de kassa op de toonbank. Van schrik zou ik zelf bijna op de behandeltafel plaatsnemen, ware het niet dat deze wat te klein was voor mijn postuur.

Na onderzoek van het bloed bleek dat ze een te snel werkende schildklier heeft. De oude kater had hier ook al last van. Nu mogen een doosje pillen delen. Het wordt nog een uitdaging deze twee keer per dag in de bekkies te gooien. Misschien kan ik de pillen het beste in een stukje makreel verstoppen. Makreel als goedmaker, wie weet werkt dat. Want sinds ons bezoek aan de dierenarts zie ik vooral haar achterkant. Als dat maar goedkomt.