Terwijl ik nog wat slaapdronken blootsvoets de kamer in loop, loopt vlak voor m’n voeten een hele grote zwarte spin. Ik was direct klaarwakker. Een SPIN! Moonwalkend begeef ik mij langzaam achteruit zonder het beest uit het oog te verliezen, in de hoop dat de spin mij niet heeft gezien.
Had ik niet ooit een kater en een poes aangeschaft om mij te beschermen tegen dit soort enge beesten?
De dikke lapjespoes trekt langzaam een ooglid op, bekijkt de wandeling van de spin inclusief mijn moonwalk en sluit vervolgens de ogen weer. Ik gil inmiddels zowel de oude kater als de buren wakker en vlucht de kamer uit.
Was dit niet die ene die ik gisteren op het plafond zag zitten, terwijl ik hem nog vriendelijk toesprak dat hij hier best even mocht wonen, zo lang hij zich maar niet verroerde? Of was dit die ander, die er ongetwijfeld ook moest zijn, aangezien spinnen altijd met z’n tweeën zijn?

Een paar dagen eerder was ik al eens verstrikt geraakt in een spinnenweb. Sindsdien inspecteer ik de weg die ik buiten loop zeer zorgvuldig, ontwijk de webben waar mogelijk. Ik stel me ook voor dat zo’n beest er de hele nacht druk mee is geweest, voel mij schuldig als ik er tegenaan loop en het web kapot maak.
Daarnaast, om mijn reputatie in de buurt enigszins hoog te houden is het handig om niet hysterisch gillend door de buurt te hollen. Onderwijl zwaaiend met mijn armen waarna ik m’n jas uitgooi in de hoop dat de spin daarop zit en zich niet allang in mijn haar genesteld heeft.

Maar ik besef best dat zo lang het mijn grootste angst is om oog in oog te staan met een spin, ik mij verder niet zoveel zorgen hoef te maken .. in het leven.

Het was dat moment waarop ik verstrikt raakte in een spinnenweb, dat ik zeker wist dat de herfst was ingetreden. Mijn hoop op een Indian Summer, waarin een nazomerzon nog wat warmte zou brengen is voorbij.

Buiten de spinnen om vind ik het stiekem best fijn. Geniet van boswandelingen en de prachtige paddenstoelen die ook ineens tevoorschijn komen, als je goed kijkt tussen de bladeren op de grond.
De bladeren aan de bomen worden bruin, rood of geel en laten uiteindelijk ook los van de takken. De herfst laat ons zien dat het er gewoon bij hoort, loslaten. Ik laat de wind meenemen wat ik niet meer nodig heb.
Laat het los en laat de wind ook jouw blad meenemen. Als je dat wat je niet meer nodig hebt laat meevoeren door de wind, komt er vanzelf (ruimte voor) iets nieuws. Ik ben er helemaal klaar voor!