In 1920, toen bouwvakkers nog échte mannen waren, mannen die ongestremde melk dronken en van moeders de vrouw een paar stevige boterhammen met volvette kaas in een trommel meekregen. Waarna ze op de fiets met houten banden naar de plaatselijke bouwput reden om daar de handen eens goed uit de mouwen te steken, toen werd mijn huis gebouwd. Wat in die tijd mijn huis nog niet was natuurlijk. Sterker nog, ik was zelf nog niet eens in de maak. Waarmee ik maar zeggen wil dat mijn huis staat hier al even staat.

Al was het huis na die tijd heus gemoderniseerd, op het moment dat ik het kocht wist ik wel dat een en ander aan een upgrade toe was. Daar keek ik natuurlijk volledig doorheen, ik zag een bijzonder knus huis en zag mijzelf daar helemaal zitten over een jaar of dertig in mijn schommelstoel als oude vrijster met 13 oude katten om mij heen.

Een van de eerste zaken die aangepakt moest worden waren de houten balken onder de vloer, hier zouden zich beestjes in bevinden. Nou ben ik dol op beestjes maar de grens ligt wel bij beestjes die zich tegoed doen aan de fundering van mijn huis. Ik zocht nog even naar een diervriendelijke oplossing, dacht ze met broodkruimels naar buiten te lokken maar hier bleek weer ander ongewenst gedierte op af te komen. Er zat niets anders op dan de Terminator te laten komen. En de Terminator, een man met rode krullen in een wit pak, kwam, zag en overwon! Hij had zich al tijgerend in de kruipruimte voortbewogen om zo de balken met giftig goedje te bewerken, waarmee hij de kleine beestjes uitroeide. Nadat de rode Terminator weer uit de kruipruimte tevoorschijn kwam was er niets meer over van de knagende beestjes, zo verzekerde hij mij. Van zijn rode krullen overigens ook niet, maar dat zou de spiegel hem later vast vertellen.

Nu de fundering gered was, was het tijd de rest van het huis aan inspectie te onderwerpen. Ik belde verschillende aannemers. Het gros leek de komende jaren volgeboekt met andere klussen, of zag mijn klus niet als interessant genoeg. Nadat ik eindelijk een aannemer bereid vond een offerte uit te brengen voor de verbouwklus, viel ik steil achterover na het zien van het totaalbedrag van zijn optelsom. Ik besloot nog even te gaan sparen.
Gelukkig hoorde ik later via via over ‘een man die alles kan’ en bij meerdere bekenden een klus geklaard had. De man in kwestie bleek ik zelf ook nog te kennen. Een handige man waarover goede verhalen rondgaan, die moest ik hebben! Voor de klus dan hé. En zo geschiedde. De man kwam kijken wat er te klussen was, rekende en dacht mee over hoe Huize H nog mooier zou kunnen worden en ik zei JA!
Het duurde even want ook deze man had een volle agenda maar een paar weken terug was het dan eindelijk zover dat hij samen met zijn maat de klus zou gaan klaren.
De badkamer boven en het toilet beneden zouden geheel gestript en vernieuwd worden. Ik zag daar stiekem wel een beetje tegenop. Als je mij een beetje kent weet je dat ik erg van douchen hou en nog meer van mijn eigen toilet-privacy. Die grote boodschap ergens anders achterlaten dat doe ik alleen in uiterst noodgeval. Ter illustratie van de situatie: ik had eens een paar maanden ‘verkering’, maar durfde in zijn huis geen boodschap achter te laten, waardoor ik soms met gierende banden naar mijn huis reed om (in zijn belevening) even ‘de poezen eten te geven’ .. waarna ik zeer opgelucht weer terugkeerde.
Ik overwoog nog even tijdelijk een mobiele douche en toilet in de tuin te laten plaatsen, maar de huurprijs hiervan gaf de doorslag, ik zou volledig uit m’n comfort zone een poosje buiten de deur gaan douchen en poepen.

Al was ik zelf meestal aan het werk, toch vond ik het gezellig een paar mannen over de vloer. Vaak zag ik ze alleen even in de ochtend, ik zorgde ervoor dat er koffie en koek was en vond bij thuiskomst zelf ook af en toe wat lekkers in de koelkast of ijs in de vriezer. Gunstige bijkomstigheid.

Vanaf het moment dat de mannen aan de slag gingen, kwam ik vaker dan ooit bij m’n ouders, op de sportschool en de voetbalclub, ik besloot zelfs de kantoordouche te gebruiken.
Ik vond het ergens ook wel wat hebben ‘s morgens in de keuken met mijn kop onder de kraan. Het plassen op een emmer vond ik minder, maar ook dat had wel wat, een beetje kamperen in eigen huis. Gelukkig lukte het mij de grote boodschap steeds uit te stellen tot ik toiletten bereikte waar ik op durfde. Het was even overleven maar ik heb het gered.
En, beter nog, de mannen hebben het ook gered! De nieuwe badkamer glom mij tegemoet en het toilet was knusser dan ooit, maar dan wel shiny & new. Hoe fijn, inmiddels kan ik in Huize H dus weer naar hartenlust douchen en toiletteren.
Over een paar dagen beginnen de mannen aan een volgende klus, het plaatsen van een nieuw dakraam. Straks kan ik vanaf de overloop zelfs de sterren en de maan zien. Wat het bewonen van zo’n groten-mensen-huis wel niet allemaal met zich meebrengt. Het zou mij niet verbazen als ik hier straks nog steeds woon, als ik de loungebank heb verruild voor een schommelstoel.