De match van de datingapp, de man van onder de rook van Amsterdam, had wat aangedrongen op een ontmoeting. Ondanks dat mijn haar nog niet tot over mijn schouders was gegroeid als op mijn profielfoto, durfde ik het toch aan om hem te ontmoeten. Die eerste ontmoeting in het oude graanpakhuis aan de gracht was gezellig. Hij kon boeiend vertellen over zijn belevenissen als rector op een scholengemeenschap en toonde zelfs voldoende interesse in mij.
Zijn taalgebruik was netter dan ik gewend was: ‘Oud Hollandsch’ zou ik het willen noemen, hij had overduidelijk gestudeerd. Zijn hele voorkomen was wat Oud Hollandsch te noemen, waarmee ik eigenlijk wil zeggen dat hij zich als een heer gedroeg. Bijzonder dat dat het vermelden waard is. Een teken dat de mannen die ik tot dan toe ontmoet had zich niet echt als heer hadden gedragen, vermoed ik.

Een paar dagen na die eerste ontmoeting stelde hij voor een hapje te gaan eten samen. We besloten dat bij hetzelfde café/restaurant te doen als waar we elkaar hadden ontmoet.
Als hoofdgerecht kozen we allebei vis, met het verschil dat op mijn bord een hele vis lag, van kop tot staart ínclusief priemende ogen en hij een bescheiden stukje filet op zijn bord had liggen. Ik had blijkbaar wat angstig naar de dode vis op mijn bord gekeken, waarna hij aanbood om te wisselen van gerecht. De heer in hem was nog altijd aanwezig. Ik genoot van zijn filet en hij at de te fileren vis met smaak.
Mijn gevoel was anders dan tijdens onze eerste ontmoeting. Hij was nog steeds zichzelf, alleen ik merkte gedurende de avond dat ik steeds minder mezelf was. Wellicht was ik geïntimideerd door zijn intelligentie. Hij gaf mij niet het gevoel dat ik minder intelligent was, ik betrapte mezelf erop dat ik dat stempel op mezelf plakte. Slechte zaak, als het niet lukt om op eenzelfde niveau te verblijven, kun je beter een stapje terug doen dacht ik.
En daarom liet ik hem weten dat ik twijfelde of ik nog met hem wilde afspreken na deze avond.
Hij vond dat jammer en gaf aan dat er wat hem betreft niets mis was met mijn intelligentie en dat hij graag nog een keer wilde afspreken om te kunnen bewijzen dat we het leuk konden hebben samen. Maar voor de zekerheid gaf hij mij wel wat bedenktijd.

En zo kwam het dat ik na een paar weken welles-nietes in mijn hoofd weer met hem afsprak.
We zouden een museum bezoeken. In eerste instantie dacht ik ‘leuk!’ eens uit m’n comfort zone zo’n ‘overdag-date’. Zo’n date waarbij je niet bang hoeft te zijn dat het stil valt, het is namelijk de bedoeling om zo min mogelijk te zeggen in een museum, althans volgens de door mij zelf bedachte museum-regels.
In het museum zelf vond ik het allemaal bijzonder interessant, hij wist (zachtjes) boeiend te vertellen bij de expressionistische werken van Kirchner. Ik gaf hier en daar mijn eigen bescheiden mening en durfde gerust te zeggen als iets niet mijn smaak was. Ik verbaasde mij over het grote aantal bejaarden, sterker nog, wij waren de enige die niet bejaard waren. Ik stoorde mij aan een dame met roze kleurspoeling die zo overdreven hard sprak, dat ik mijzelf moest inhouden om niet heel hard SSSST! te roepen. Waarop ik besloot dat wij even een korte pauze moesten inlassen zodat de roze kleurspoeling in een andere ruimte haar stem kon laten horen, waarna wij in alle rust konden genieten van de rest van de werken van Kirchner.

Resumé; het was een mooie ervaring. Een overdag-date in een museum met deze man. En na een bescheiden afsluiting met thee en een koekje, bracht hij mij netjes terug naar mijn auto.
Waarna de twijfel in mijn hoofd weer begon. Intelligent als hij was had hij dat snel door, waarop hij zelf besloot dat hij geen gevoelens wilde forceren. En zo gingen wij, zonder elkaar, verder … met de rest van ons leven.

Ja, het is wat het is menschen. Tot zover dit verhaal met gesloten einde.
Einde.