Het einde van jouw leven luidde vorig jaar de nieuwe Lente in. De Lente waarin ik er moeite mee had het nieuwe leven te zien opbloeien. De Vergeet mij nietjes zag ik wel. In sprankelend blauw trokken zij mijn aandacht en lieten mij toch voorzichtig genieten van het leven, dat voor mij wel doorging. Het Vergeet mij nietje is een kortstondig levende plant lees ik, ‘die zich vlot uitzaait’. Net als jouw veel te kort durende leven, waarin de kanker wist uit te zaaien.

Ik kan niet geloven dat het al bijna een jaar geleden is dat ik je voor het laatst vasthield. Dat ik bij mijn vertrek omkeek en een laatste handkus van je kreeg. Dat moment waarin we allebei beseften dat dit de allerlaatste keer was dat wij elkaar zagen. Dat beeld dat zich nog zo vaak afspeelt in mijn gedachten.

In deze nieuwe Lente denk ik aan jou, zoals ik zo vaak aan jou denk. Al ben je lijfelijk niet aanwezig, ik ben nu vaak meer met jou in contact dan toen je nog leefde. ’s Nachts in mijn dromen ben je daar. Vaak dichtbij genoeg om je te kunnen zien maar te ver weg om je te kunnen omarmen. Toch zie ik altijd de sprankeling in jouw ogen en hoor ik jouw stem. Je laat me weten dat ik het goed doe en spreekt bemoedigende woorden, zoals jij dat altijd al deed.

Het zal wel zo zijn dat jij verder moest en ik hier moest blijven maar ik vind het soms zo moeilijk dat te accepteren.  Misschien is het wel daarom, dat ik je hier bij mij denk.

Verdomme man, ik mis je soms zo. Er is geen Vergeet mij nietje die mij eraan hoeft te helpen herinneren om aan jou te denken.