De liefde en ik, wij zijn nooit zo’n goede match. Ik zou ongetwijfeld veel geluk in het spel gehad moeten hebben, ware het niet dat ik het spel vergat te spelen.
Vaak heb ik gedacht dat het aan de ander lag. Dan had ik het voor mijzelf gerechtvaardigd, waarom ik niet verder wilde met hem. Of hij wilde mij niet, maar dat was weer een totaal ander verhaal. In mijn hoofd rezen steeds weer twijfels en ik bleef bij mijn motto ‘bij twijfel niet inhalen’, dus ging ik geen relatie aan. Men vond mij dan te kritisch, soms hoorde ik ze denken ‘logisch dat ze niet aan de man komt’. Ik vroeg mij af of er zoiets bestond als ‘te kritisch’, als het de liefde betrof.

Het lijkt erop dat mijn hart zich niet volledig geeft. Dat ik het het liefst in eigen handen houd, uit angst dat het valt en in duizend stukjes breekt. Dat gevoel heb ik eens ervaren, daarna was er niet voldoende lijm om het weer vorm te geven als daarvoor. Dus hield ik het zelf vast, te bang het ooit weer te moeten lijmen.
Een vriendin gaf mij zelfs een boek met de titel ‘Liefdesbang’, over bindings- en verlatingsangst. Ik verslond de bladzijden in de late uren, waarna malende gedachten maakten dat ik de slaap niet kon vatten. Gedachten over hoe het nou verder moest met dat hart, dat in mijn handen lag. Maar nadat ik het een hele poos zelf had gedragen, was ik er aan toe om voorzichtig weer een stukje weg te geven.
Met dat in gedachten plaatste ik mijn profiel op een datingapp. Happ’n, de app waar je hartje kunt weggeven in de hoop er een terug te krijgen, die twee hartjes vormen zo een match. En zo kreeg ik een hartje en ontstond de match.
Het contact met de match verliep vrij ongedwongen, toen de match even met vakantie was liet ik het contact los en bij zijn terugkomst zocht ik hem weer op. Na het uitwisselen van onze nummers en een aantal avonden berichten over en weer verzonden te hebben, besloten wij elkaar eens in levende lijve te ontmoeten. In het centrum van Utrecht, om maar eens ergens op een openbare plek te beginnen. Dat bleek nog geen makkelijke opgave, gezien het feit er daar een Gay-pride aan de gang was zonder dat wij daarover waren ingelicht. Bij een geluk ontdekte ik de match ineens aan de overkant van de straat. Met zijn telefoon in de aanslag, zoekende naar mij. Ik stuurde ‘overkant straat, groene jurk’ waarna hij mij breed lachend aankeek en mij opzocht, daar aan de overkant. En vanaf dat moment liepen wij samen.
Wij spraken over de geest, die regelmatig in zijn huis te vinden was en mijn stiekeme interesse in het occulte, over Flipje van de stad waar hij vandaan kwam, over mislukte dates en onze eigenlijke hunkering naar echte liefde. En dat alles ging er bijzonder relaxed aan toe. Het kan zijn dat een glaasje wijn een handje hielp maar de match bleef broodjenuchter en wist mij op de brug toch tot zoenen te verleiden. Waarna een zwerver ons onderbrak om een aalmoes. Story of my life.
Een paar dagen later bevonden wij ons in een restaurant, waar ik ontdekte dat de match een Waterman is, dé perfecte match voor de Tweeling die ik ben. En terwijl de zomer intrad wist de Waterman samen met de zon mijn hart te verwarmen. Met uitstapjes naar een bos-theater, hapjes eten, met een te lange wandeling op slippers en uiteindelijk zelfs met een zaterdag-spelletjes-avond.
Voorzichtig gaf ik de Waterman steeds wat meer inzicht in de gebruikershandleiding van deze Tweeling met haar gelijmde hart. Zonder erin te lezen durfde hij het aan met mij. En zo genoten de Waterman en ik van een heerlijke zomer samen.

En toch bleef er iets knagen, iets in mij gaf aan dat het niet voldoende was. Daar had de Waterman zelf weinig schuld aan helaas, ik had namelijk graag iemand anders de schuld gegeven. Het was goed om weer te voelen hoe dat is, samen zijn. Maar voor ik mijn hart weggeef, wil ik wel dat het eerst écht een sprongetje maakt. Voorlopig hou ik het nog even in eigen hand.