De zon verwarmde ons achter het glas deze ochtend, zittend aan jouw eettafel. Als je niet beter wist zou je denken dat de Lente begonnen was. Van achter het raam in jouw kleine huis in het bos, kijk je tussen de bomen door zo over de weilanden uit. Het uitzicht is er prachtig.

Met trillende hand schenk je ons een kopje koffie in. In jouw kopje schep je veel suiker en schenk je een wolkje melk. Ondanks dat ik mijn koffie zwart drink, gaf je mij toch een lepeltje.

Als ik de vraag stel, kan ik niet meer om het antwoord heen, denk ik. En met het niet weten van het antwoord is er altijd nog een weg terug. De zon schuilt even achter een wolk als ik de vraag toch over mijn lippen krijg. Is de behandeling aangeslagen? Geluidloos roer ik door mijn zwarte koffie. De stilte duurt te lang. En het negatieve antwoord dat daarop volgt komt binnen, ontnuchterend en hard. Er zijn weer nieuwe foute cellen gevonden en dit betekent dat je niet zal genezen, zeg je. Ik vloek in gedachten en doe geen moeite de traan weg te vegen die over mijn wang rolt. De realist in jou is niet boos, niet verdrietig maar accepteert dat het is zoals het is.
We spreken over de behandelingen die je ondergaat. En je laat weten dat je nu voor het eerst in je leven blij bent dat je nooit vader bent geworden.

Ooit bedreven wij de liefde. Er was niets serieus tussen ons maar zo nu en dan trokken we elkaar aan. En als we na het vrijen tegen elkaar aan lagen, zou ik zo in slaap kunnen vallen. Tijdloze momenten, zonder gedachten. Vlak voor het moment dat ik in slaap zou vallen, besloot ik altijd weer te gaan.

We lopen een stukje door de tuin, de mooie beeldentuin en kijken uit over de weilanden. Je vertelt me hoe deze tuin tot stand is gekomen, dat je hier samen met je vader aan hebt gewerkt. En je wijst mij op een buizerd, die hoog in de lucht cirkelt. De vogels voelen dat het voorjaar er aan komt, zeg je. Ze maken zich nu klaar om een vrouwtje te zoeken. Het is bijna tijd om een nest te gaan bouwen, een gezin te stichten.
Zij wel, denk ik.

En ineens overvalt mij het gevoel dat ik terug wil, terug naar de tijdloze nachten met jou, zonder gedachten. Terug naar dat moment waarin de waarheid even niet bestaat.