Eens in de zoveel tijd kom ik weer even in mijn oude dorp. Nou wonen mijn ouders daar nog altijd, dus dat is op zich een goede reden om het dorp te bezoeken, al wonen zij niet meer in mijn ouderlijk huis, niet daar waar ik opgegroeid ben.

Als ik eens de tijd heb wandel ik even door de buurt waar ik opgroeide, lang ons huis, waar veel van mijn jeugdherinneringen liggen. Wij woonden op een hoek, op nummer 11. Ik kwam daar wonen toen ik 4 jaar was. En na de eerste jaren in het kleine kamertje te hebben geslapen, mocht ik later verhuizen naar de zolderkamer. En dat was bijzonder fijn, de héle zolder voor mijzelf.
Voordat je in mijn zolderkamer kwam, was er eerst een halletje. En daarboven in dat halletje bouwden zus en ik gestaag aan ons Playmobiel imperium. Bovenaan de trap kon je zomaar over de Playmobiel boerderij vallen. Vlak daarnaast stond de kermis met daarnaast weer het politiebureau, altijd hommeles op zo’n kermis natuurlijk, dus een logische plek voor de Playmobiel politie. En aan het eind van het halletje lagen de schaars geklede Playmobiel poppetjes op strandstoeltjes, het is dat er geen zand lag, anders zou je maar zo het idee kunnen krijgen dat daar het strand was. Even verderop voer zelfs nog een speedboot over het vinyl water.
Daar in het halletje voor mijn zolderkamer hebben zus en ik menige ruzie uitgevochten. Samen spelen ging ons best goed af, totdat zij mijn poppetje pakte om mee te spelen en ja … dan zat er niets anders op dan heel hard aan haar haar te trekken, waarna zij dan weer heel hard begon te janken gevolgd door ‘Mama!’ roepen. Ach. Onze mooiste jeugdherinneringen, liggen daar op de zolder van nummer 11.

Op mijn zolderkamer had ik een dakkapel én een zijraam. Funest voor de puber die ik later werd. Het bureau waaraan ik mijn huiswerk moest doen stond zo opgesteld dat als ik eraan zat, ik perfect uit het raam kon turen. En wat hield ik daarvan, een beetje dagdromen met mijn blik gericht op de grazende koeien in het weiland aan de overkant. In gedachten was ik overal, behalve bij het huiswerk dat op mij lag te wachten. Menig uurtje luisterde ik naar Curry & Van Inkel op de radio, vaak met mijn vingers op play-/-rec in de aanslag. Wachtend op dat ene nummer dat ik zó graag op mijn TDK 90 wilde hebben. Net voordat Spandau Ballet ‘Gold’ begon te zingen, kon ik play-/-rec indrukken. En dan maar hopen dat het lukte om los te laten voordat Van Inkel weer begon te ratelen of erger, zus binnenstormde om haar trui weer terug te eisen. Ja er gebeurde veel daar op die zolderkamer, maar huiswerk maken maakte daar over het algemeen geen deel van uit.

En als ik klaar was met mijn ‘huiswerk’, mocht ik lekker buiten spelen. En dan liep ik altijd even langs het huis van Mark. Want Mark, daar was ik op. Ik verzon van alles om maar langs zijn nummer 17 te kunnen lopen, het liefst met wat lawaai, zodat hij misschien wel even naar buiten zou kijken. Ik liet zelfs ons konijn uit aan een touwtje, nog voor het bestaan van onze hond. Mark had de allermooiste lach, had een echte surfer look, met van die mooie lokken voor zijn ogen. Het was jaren later dat ik besefte dat ik zelf misschien niet zo heel sexy was destijds, met mijn konijn aan een touwtje en mijn eigen kapsel dat zat als dat van een Playmobiel poppetje. Het feit dat Mark mij niet zag staan destijds, heeft er waarschijnlijk zelfs toe geleid dat ik mijn haar nooit meer kort wilde.

Aan mijn tijd als het meisje van nummer 11 bewaar ik nog altijd goede herinneringen. Van slootje springen met de jongens uit de straat tot op mijn tenen op de bielzen staan om te kunnen zoenen met Jan.

En zo af en toe, als ik weer even uit het raam staar, ben ik weer even daar. Terug op nummer 11.

Meisje van nr 11