Na drie jaar voetballen waren mijn eerste paar kicksen toch echt toe aan vervanging. Bij het laatste toernooi dat ik speelde had ik na twee minuten op het veld al doorweekte sokken, dat was toch echt een teken. Een paar weken terug kocht ik eindelijk een nieuw paar. Ik kon niet wachten om het veld weer op te hollen. Mijn voetbalprestaties zouden met deze kicksen aan mijn voeten ongetwijfeld met sprongen vooruit gaan.

Vorige week werd ik tijdens het boodschappen doen ineens heel niet lekker. Ik wist niet hoe snel ik uit die super moest komen en probeerde kalm te blijven. Druk op m’n borst en heel duizelig, dacht dat ik flauw ging vallen. Ik belde de huisartsenpost, en de arts die ik aan de lijn kreeg gaf mij het advies ‘Adem in, Adem uit’ en dat deed ik dan maar. Langzaam aan voelde ik me wel wat minder beroerd. Een vriendin die even langskwam bleef bij me tot het weer goed ging.

Die avond erop zat ik lekker in mijn meditatieklas helemaal zen te zijn, toen mij een extreem gevoel van misselijkheid overkwam. Ik probeerde eerst nog even door de misselijkheid heen te ademen maar uiteindelijk moest ik toch de klas uit hollen richting toilet. Na even met m’n kop onder de koude kraan gehangen te hebben ging het wel weer.

De volgende dag toch maar even naar de huisarts. Die stelde een erg hoge bloeddruk vast, ondanks dat ik al bloeddrukverlagers slik. Hij gaf me een doorverwijzing voor het maken van een hartfilmpje en om een inspanningstest te doen. Prima, dacht ik, ik zal hem eens laten zien dat ik een goede conditie heb! Een dag later voelde ik mij ineens weer heel naar worden, de afspraak voor het hartfilmpje stond pas volgende week gepland, maar dat bleek ook bij de huisarts te kunnen. Nadat het bekijken van het filmpje bleek daar niets spannends op te zien dus dat was fijn. Was ik dan toch een hypochonder, die na het horen van goed nieuws zich spontaan beter voelt?

Zondagmiddag voelde ik me weer heel beroerd, dook met een paar paracetamol op de bedstee in. Na een uurtje hield ik het niet meer uit, ik voelde zo’n nare druk op m’n borst, was heel misselijk en voelde me slap als een vaatdoek. Ik belde toch weer even met de huisartsenpost. Binnen no time zei die dame dat ze een ambulance mijn kant op stuurde. Ik was te beroerd om tegen te stribbelen, maar vroeg haar nog wel even of ze de sirene niet aan wilde zetten (wat een vertoning voor de buurt!). Vervolgens belde ik de buuf, die naar me toe kwam en bleef toch de ambulance medewerkers kwamen. Zij plakten mijn borst vol met stickers vol draden, maakten een hartfilmpje en namen een paar keer m’n bloeddruk op. Ik moest mee naar het ziekenhuis. En mocht niet eens meer m’n eigen pyjama pakken!. De buuf doorzocht wat kasten en gaf mij een tas met kleren mee in de ambulance. Op de hartbewaking in het ziekenhuis maakten ze nog een hartfilmpje, namen wat buisjes bloed af en namen mijn bloeddruk op. Ik lag naast een oude rochelende man van wie ik dacht dat zijn laatste uurtje wel eens geslagen kon hebben. De verpleegster deed het gordijn dicht en zo lag ik daar aan de hartbewaking. De co assistente vulde een klachtenlijst met mij in, de verpleegkundige nam het bloed af en de cardioloog zou langskomen als de uitslag van het bloed binnen was. Verder lag ik mij naast de rochelende man vier uur lang te vervelen. Ik pakte de door de buuf gevulde tas van het voeteneind en vond daarin een schone slip en … mijn wedstrijdsokken! Prettige wedstrijd.
Na vier uur op het ziekenhuisbed kwam de co assistente langs en meldde mij dat alles goed was en ik naar huis mocht. Ze raadde me wel aan m’n gal of slokdarm te laten onderzoeken. En zo werd ik zonder jas naar huis gestuurd. Met open mond van verbazing liep ik nog wat verdwaasd door de lege gangen in het ziekenhuis, waarna ik mijn vader belde om me op te komen halen.

De volgende ochtend bezocht ik de huisarts weer. Er moest toch verder gekeken worden naar aanleiding van al m’n klachten. Hij stuurde me naar het ziekenhuis voor het maken van een longfoto en een buik/maag echo.

De avond erna stond de buuf voor de deur met twee dampende kopjes thee in haar hand om even te horen hoe het ging. Het gesprek met haar ging volledig langs me heen, ik merkte dat ik moeite had met spreken af en toe en had vlagen van extreme zenuwpijn in m’n bovenkaak, wat door trok naar m’n oor en nek. ‘Wat nu weer’ ging er door me heen. En de pijn werd erger toen de buuf weg was. Ik belde weer de huisartsenpost en ik mocht langskomen. Samen met m’n vader door de dikke mist. Eenmaal daar aangekomen had ik een heel stijf gevoel in m’n linkerkant, ook m’n spreken lukte steeds minder goed. Bij de arts kon ik al helemaal niet meer zeggen wat ik wilde. Ik zag het woord in m’n hoofd maar het kwam er niet uit. Zwaar frustrerend. De arts gaf aan dat het waarschijnlijk een vorm van hyperventilatie is. Terwijl ik niet benauwd was. Schijnt te kunnen.
De diagnose voelde voor mij niet goed maar de arts zal er voor geleerd hebben dus wie ben ik om haar tegen te spreken.
Mijn eigen huisarts die ik de volgende dag weer eens zag, gaf me een doorverwijzing voor een neuroloog.

De volgende dag kreeg ik zoveel pijn op een plek in mijn rug, waarvan ik dacht dat het mijn nieren zouden kunnen zijn, last van spiertrillingen in mijn benen en ben misselijk bij vlagen. In de nacht worden die pijnscheuten nog erger en kan ik het bibberen in mijn lijf niet meer onder controle houden. ‘Jezus wat nu weer’ dacht ik en bel toch maar weer de huisartsenpost. Met het idee dat ze daar inmiddels ook ‘Jezus wat nu weer’ denken. Aan de telefoon kom ik niet meer uit m’n woorden, haperend en stotterend komt eruit hoe ik me voel. Na een paar minuten aan de telefoon raden ze me aan 2 paracetamol en een warme douche te nemen en dan weer lekker te gaan slapen. Dat ‘lekker’ konden ze wel weglaten wat mij betreft.
Dat advies toch maar gevolgd en de hete kraan op de pijnlijke plek gaf wel iets verlichting.

Mijn eigen huisarts is met verlof maar de volgende morgen bezoek ik de co-arts. In de wachtkamer krijg ik zoveel pijn op een plek in m’n buik dat ik bijna van m’n stokkie ga. Ik adem alsof ik een wee weg moet puffen als de arts me ophaalt uit de wachtkamer. Ze kijkt me helemaal na, stelt vast dat m’n bloeddruk nog steeds wat aan de hoge kant is 140/100. En belt met het ziekenhuis om de geplande buik/maagecho naar voren te halen. Waarna ik direct door kan rijden. Al puffend kom ik daar weer aan en hoef gelukkig niet al te lang te wachten. Maar ‘ook die wee’ trekt weer weg en de echoscopiste kan  haar werk doen. Ze vindt het vreemd dat ze niets ontdekt en raad me aan een maagonderzoek te laten doen en een onderzoek van de 12 vingerige darm. Ik vind inmiddels alles prima.

De co-huisarts vindt het voor die onderzoeken nog wat te vroeg en stelt voor af te wachten wat de neuroloog zegt. Ik kan wel janken maar vind ook daar de kracht even niet voor. En druip weer af. Een dag later na weer zo’n nacht met pijn sta ik toch maar weer bij de huisarts voor de deur, daar tref ik weer een andere co-huisarts die me kort te woord staat en mij diclofenac tegen de pijn voorschrijft. Ik zou graag een MRI scan willen, maar de co ziet nu geen noodzaak. Misschien is het een overbelaste spier. Ehm? Ok.

Tja. Dat was de afgelopen week voor mij. Ik had ook graag een leuk stuk geschreven maar dit was nou eenmaal wat er gebeurde. Toen ik m’n moeder vertelde dat ik een blog had gewijd aan deze bizarre week, maar nog niet op publiceren had gedrukt, leek het haar ook verstandig dat ik dat niet zou doen. Ik ben toch bij mezelf gebleven en denk dat ook dit Mevrouw H is. Als ik mij morgen weer kiplekker voel en gebleken is dat ik uiteindelijk toch een hypochonder was, dan zal ik dat ongetwijfeld ook delen.

Een week ziek zijn in cijfers:
4             Verschillende huisartsen bezocht
2             Ambulancemedewerkers thuis ontvangen
4             Uren in een ziekenhuisbed
2             Verpleegkundigen aan m’n bed
1             Cardioloog aan m’n bed
3             Echoscopisten  bezocht
4             Hartfilmpjes
1             Ambulancerit meegemaakt
2             Verschillende ziekenhuizen bezocht

Mijn kicksen staan Shiny & New op me te wachten in de gang. Ik hoop dat ik ze binnenkort weer aan kan trekken en het veld op hol.

Wordt vervolgd.