Ik herinner mij een doemscenario dat ik op jonge leeftijd al voor mij zag, ik had op dat moment niet eens een lief en toch schoot de gedachte ‘als ik op mijn trouwdag maar geen migraineaanval krijg’ door mijn hoofd. Buiten het feit dat ik mijzelf niet bepaald in zo’n witte jurk zie lopen en niet geloof in eeuwige trouw, beschreef dat voorbeeld precies wat de angst voor migraine met mij doet.

Een migraineaanval kan mij volledig lam leggen. Migraine betekent onder de dekens liggen in het donker, waarbij het enige dat mij rest is wachten tot de ellende over gaat. In de tussentijd weet ik meestal niet waar ik het zoeken moet, kruip ik naar het toilet en kots de inhoud van mijn maag (hopelijk) in de toiletpot leeg. Slap als een vaatdoek breng ik de tijd door in bed. Totdat het bonken in mijn hoofd, de misselijkheid en de watten in en om mijn hoofd langzaam verdwijnen. Migraine of een stevige hoofdpijn heeft invloed op vele aspecten in mijn leven, van werk tot mijn sociale leven. De angst afspraken af te moeten zeggen, maakt dat ik bewust al minder plan. Het maakt anders dat ik mij bij voorbaat al druk maak of ik de bewuste afspraak wel kan nakomen. Daarom kijk ik liever hoe ik mij tegen die tijd voel en plan dan pas ‘wat spontaner’ afspraken.

Onvoorstelbaar dat de medische wetenschap migraine nog altijd niet heeft kunnen doorgronden en het nog niet te voorkomen is. En ondanks dat migraine algemeen bekend is en geaccepteerd lijkt, merk ik dat het vaak niet écht geaccepteerd is onder degene die het niet aan den lijve hebben ondervonden.

Toch schaam ik mij eerder voor dat andere monster, dat soms uit het niets voor mij staat. Ook nu was het daar ineens weer. Onverwacht en zeer onwelkom, overheersend aanwezig. Het neemt mij over en haalt alle kleur weg. Er ontstaat een vacuüm, waarin ik mij bevind. Alleen in het donker.
Gedachten over wat er mis met mij is spoken door mijn hoofd. Waarom word ik steeds weer meegezogen in deze diepe donkere put. Zijn er hier meer, of ben ik de enige? Ik voel mij de enige. Remi. Er moet een weg terug zijn, maar in het donker zie ik het niet. Even lijk ik te accepteren dat dit de plek is waar ik vast zit. Vervagen gedachten aan dat wat eens leuk was, totdat het lijkt alsof niets ooit leuk was. En of niets ooit meer leuk zal worden.

Tot er op een dag uit het niets een straaltje licht in de put verschijnt. Stap voor stap treed ik voorzichtig het licht weer tegemoet. Nog maar een klein stukje. Dan kan ik vast bij het lichtknopje.