Ik zou die zomer in een ijssalon werken, tijdens mijn schoolvakantie. Op de ochtend van mijn eerste werkdag was ik heel nerveus. Voordat ik op de fiets stapte zat ik meerdere keren op het toilet met buikkrampen. Ik liet er niets achter, zelfs de krampen niet. Die nam ik dan ook maar mee naar mijn eerste werkdag.

Eenmaal in de ijssalon aangekomen werd mij direct een schort omgeknoopt en moest ik gaan oefenen met bollen draaien. Wat lacherig begon ik aan het draaien van de bollen. De bollendraaiers moesten steeds in een bakje water worden schoongespoeld, voordat ik een andere smaak ijs mocht beroeren met de bollendraaier. Daar werd ik snel erg bedreven in, in het schoonspoelen van de bollendraaier. Dat draaide ook beter, kwam ik al snel achter.
Er kwamen klanten die steeds een andere smaak aanwezen. Zo gebeurde het dat steeds als ik met de bollendraaier in de aangewezen bak ijs beland was, zij tóch besloten liever een andere smaak op hun hoorntje te willen. Mijn bakje water om de bollendraaier schoon te krijgen werd al snel wat troebel.
Het bollen draaien vond ik nog best een toestand. De ijscoman deed het mij voor en nog eens en nog eens. Maar iedere keer als ik zelf een bol wilde draaien, werd het een dikke sliert in plaats van een mooie bol. En dat propte vrij lastig, zo’n dikke sliert ijs in een hoorntje.
Bij de klanten kwam ik vrij goed weg, zodra ik riep dat het mijn eerste dag was, werden de lelijke bollen mij snel vergeven. De ijscoman daarentegen was niet gecharmeerd van mijn bollendraaitechniek. Ik vond het wel vervelend dat ik er nog niet zo bedreven in was maar ach, het was mijn eerste dag dus wat kon mij gebeuren.
Alles! Naar snel bleek. De ijscoman riep mij naar achteren en sommeerde mij mijn schort af te doen. ‘Nu al pauze?‘, dacht ik. Maar het bleek dat ik helemaal niet meer terug hoefde te komen, na de pauze.

En zo gebeurde het dat ik die hele middag op mijn omafiets door de stad fietste. Totdat de werkdag officieel voorbij zou zijn, toen fietste ik naar huis. Die hele middag heb ik getwijfeld of ik dit de rest van de zomer vol zou houden, iedere dag op de fiets richting de stad en na werktijd weer op de fiets terug. Maar ik vermoed dat mijn ouders vrij snel door zouden krijgen dat ik niet meer werkzaam was bij de ijssalon. Eenmaal thuis heb ik het toch maar verteld, dat ze mij geen geschikte bollendraaier vonden. En dat ik halverwege mijn eerste werkdag de zak had gekregen. Ik moest er wel een beetje van huilen. Na een halve dag niet geschikt bevonden als ijsmeisje.
Die zomer at ik geen ijs meer.