Ik reed in mijn eerste Peugeot, het was twee auto’s geleden. Het was de beste Peugeot die ik heb gehad, hij (het was overduidelijk een hij) liet mij nooit in de steek. Eigenlijk wilde ik deze Peugeot mijn hele leven houden, desnoods voor erbij. Gewoon, omdat hij me nooit in de steek had gelaten. Het lot besloot anders, maar daar gaat het nu even niet over.

Het had behoorlijk gesneeuwd die dag en de weg was glad. Winterbanden waren nog niet cool en al waren ze dat wel geweest vond ik ze destijds ongetwijfeld al te duur om aan te schaffen. Ik reed op een smalle landweg met aan de rechterzijde water en aan de linkerzijde wat boerderijen en weiland. Het zweet stond in m’n handen, gladheid en water in de buurt; geen goede combi. ‘Moest ik nou mee- of tegensturen als ik in een slip raakte?’ de paniek sloeg bij voorbaat al toe.

De Peugeot reed recht op een caravan af, die weer tegen een boerderij aan stond. Ik stuurde wel de andere kant op maar de Peugeot deed niet wat ik wilde. Terwijl ik in de binnenspiegel keek zag ik de man die achter me reed met woeste gebaren z’n hoofd aantikken. ‘Ja meneer, alsof ik het expres doe!’ beet ik hem nog toe. De Peugeot leek wel magnetisch aangetrokken tot de caravan. Ik knalde op de caravan en hoorde direct een heel hard sissen. ‘De gastank!’ ik sprong de Peugeot uit en rende naar de boerderij. Ik schreeuwde ‘rennen!’ , ik wist zeker dat er een ontploffing zou volgen. We renden de bijkeuken in. Ik trok iemand een telefoon uit de handen en belde 112.
Ik riep ‘Botsing – Gastank – Ontploffing!’ en meer van die termen. De 112 man nam me niet serieus en ik bleef maar zeggen dat het echt waar was.
Gevolgd door de klap. WOESH! We lagen op de grond in de bijkeuken, de ramen waren gesprongen en toen ik opstond zag ik de Peugeot in lichterlaaie staan.
Ik stond helemaal te shaken maar deed wel mee in de groephug, we hadden het overleefd. De andere helft van de boerderij stond inmiddels ook in lichterlaaie en eerder had ik me nog niet druk gemaakt om de beesten, ik bedacht me nu pas dat die waarschijnlijk wel in de stal stonden. We holden allemaal richting stal en probeerden de koeien naar de uitgang te drijven.

Inmiddels was de brandweer gearriveerd (ik vermoed achteraf dat iemand anders ook gebeld heeft, die wel werd geloofd). Nadat alle koeien in veiligheid waren gebracht stortte ik in. Ik zat te janken op de grond en was vooral boos omdat ik vergeten was m’n tas met daarin m’n telefoon uit de Peugeot te halen. Ik kon maar niet bedenken hoe ik m’n moeder nu moest bellen.

Toen de wekker ging voelde ik me gebroken. Ik stapte uit bed, keek uit het raam naar buiten en zag m’n auto van nu gewoon onder het raam staan.
Vanavond ga ik na Sesamstraat naar bed.