Het is al vijf maanden geleden dat ik ziek werd. In het begin ging ik er vanuit dat het vast zo weer beter zou gaan of dat er in ieder geval gauw ontdekt zou worden wat ik mankeerde. Na bijna twee maanden doctoren zonder succes, sprak de natuurgeneeskundige uit dat er een parasiet in mijn dikke darm zou zitten, waardoor mijn lever en alvleesklier het zwaar hadden met het verwerken van de afvalstoffen. En nadat ik de door haar voorgeschreven (paarde-) middelen had gebruikt verbeterde mijn gezondheid met sprongen. Ik dankte God de natuurgeneeskundige op m’n blote knieën en kon weer verder met m’n leven. Of, verder … ik ging langzaamaan weer werken en dat was zo’n beetje alles wat ik deed.

Inmiddels zijn alle onderzoeken in het UMC afgerond. Mijn arts aldaar onderkent weliswaar dat ik iets onder de leden zou kunnen hebben (of hebben gehad), maar geeft aan dat het regelmatig gebeurt dat ze niets kunnen vinden en patiënten naar huis sturen zonder diagnose. Frustrerend, maar daar leggen zij zich bij neer.
Dat accepteren en mij erbij neerleggen, dat lukt mij niet zo goed. Ik heb nog altijd vage klachten. Ik kan ontkennen dat het zo is, doen of alles goed is, maar dat lukt slechts als ik mijn gedachten op iets anders stort.
En dus lokt de alternatieve sector weer. Want ik ben toch niet gek? Ik voel toch dat ik mij niet voel zoals voorheen. De natuurgeneeskundige had mij goed geholpen met een middel, maar daarnaast zocht ik iemand waar ik ook even lekker bij op een bank mocht liggen en mijn hart kon luchten. En die heb ik inmiddels gevonden. Wederom een natuurgeneeskundige, maar zij stort zich naast onderzoek op het lichamelijke, ook op wat er zich zoal in mijn koppie afspeelt. Want dat laatste, daar moet weer nodig aan gewerkt worden. De Lente mag dan officieel weer begonnen zijn, er raast nog regelmatig een storm over het land. En in mijn hoofd raast er ook nog van alles en voelt het nog lang niet als de Lente.

Maar als ik even terugdenk, aan hoe ik mij een paar maanden terug voelde, dan vind ik dat ik niet zo moet zeiken. Want dan gaat het eigenlijk verdomde goed met mij, in vergelijking met toen.
Na al die maanden heb ik zelfs voorzichtig weer een balletje getrapt op mijn nieuwe kicksen en daar werd ik wel blij van. Als ik op het veld sta heb ik wel regelmatig ademnood, maar dat ligt aan de conditie, die nog ver te zoeken is.
Helaas had de bootcamptrainer in de tussentijd zo’n vol schema gekregen dat ze het trainen met mij moest laten schieten. En geef haar eens ongelijk, ik had haar al die maanden laten zitten. Maar ik begin het wel te missen, dat trainen. Misschien durf ik mij straks, als de pijn helemaal weg is en de energie weer meer terugkomt, zelfs aan te sluiten bij een clubje bootcampers. Want van dat buitenspelen, kan ik alleen maar beter worden. En beter worden, dat is wat ik wil!

Dus ja, ik geloof dat ik gewoon wat meer geduld moet hebben. En in de tussentijd werk ik eraan om te accepteren dat ik mezelf misschien nog niet voel zoals voorheen, maar wel dankbaar mag zijn dat het al zoveel beter gaat. Misschien gaat de storm in mijn hoofd dan ook weer eens liggen en kan ik ook gaan genieten van de Lente.

 

Focus on the good