Terwijl ik weer met een vuilniszak richting container loop, bedenk ik me dat dit gewoon helemaal mijn taak niet is. Waar is die man die de vuilnis buiten hoort te zetten?! Ik wil best de kattenbak verschonen, de was doen en op goede dagen zal ik heus ook nog wel een potje koken. Klussen als de vuilnis naar buiten, lampjes vervangen, een schilderij ophangen en meer van zulks, dat is dus gewoon ouderwets mannenwerk hé. Natuurlijk kán en doe ik het allemaal wel en als het net even te ingewikkeld wordt bel ik zonder gêne m’n vader of hij de klus wil klaren, die dat meestal ook graag doet. Het heeft meer te maken met willen, ik wíl het dus gewoon niet.

Maar na een week of twee, als de vuilnis zo begint te meuren, omdat er geen man is die deze taak hier op zich wil nemen, dan besluit ik mezelf toch maar weer met die zakken richting container te begeven. Met hangende schouders.
Vervolgens steek ik binnen maar weer een fijn wierrookje aan, ben ik binnen no time weer helemaal zen en riekt het huis weer naar lavendelblommen. Al blijft het me ergens wel dwars zitten natuurlijk. Niet dat van de vuilnis die zich hier opstapelt, maar dat van die man. Die hier niet is dus.
Ik bedoel, alles is hier in Huize H in gereedheid gebracht om De Man hier te verwelkomen; pijlen richting de voordeur, bier en blokken kaas in de koelkast. Wat ik zeg, alles in gereedheid …

Buiten het terugsturen van al die gebroken hartjes op die datingsite, waar ik logischerwijs een kleine dagtaak aan heb, keek ik ook nog eens om me heen in mijn eigen omgeving en bedacht me dat ik zelf ook wel eens de stoute schoenen aan kon trekken.
Wacht ik normaal gesproken op Valentijnsdag op de postbode, dit keer durfde ik het aan om iemand een persoonlijk berichtje te sturen met daarin een uitnodiging tot drinken, danwel eten – gezamenlijk welteverstaan. Nagelbijtend wachtte ik op een berichtje in m’n inbox en toen dat kwam deed ik nog een klein schietgebedje voor openen. Bam! Ik liep ouderwets hard een blauwtje en het deed dan wel geen zeer, maar ik had wel een deuk in m’n ego opgelopen.

Ik haal m’n schouders weer eens op en breng de vuilnis zelf maar weer richting container.