Van de week stond er dan zomaar ineens een man aan mijn deur, die riep dat hij een kast in zijn bus had. Of ik genoeg spierballen had om te helpen tillen, riep hij lachend. Gevolgd door ‘we kregen ‘m met drie man amper de bus in’. Of ik een keuze had zeg.
Ik deed eens een poging de kast een stukje uit de bus te duwen en moest constateren dat er geen enkele beweging in kwam. Restte mij niets anders dan vrienden te maken met de buurman. Ik had een iets ander idee gehad bij het voorstelmoment maar nood breekt wet. De buurman keek van wolkbreuk naar mij, draaide zich om en trok een jas aan.

Gezamenlijk deden wij een poging de kast in beweging te krijgen, ons volle gewicht er tegenaan, maar de kast leek niet van plan enigszins mee te geven. Ik zag geen andere oplossing dan op zoek te gaan naar nog een helpende hand. De volgende buurman die de deur open deed leek in het geheel niet van plan mij een hand toe te steken. Maar smekende blikken van zowel mijzelf als buurman 1, deden buurman 2 toch smelten .. of was het de regen, die later langs zijn wangen droop.

Drie man sterk kregen de kast eindelijk in beweging. Ik deed tijdens het tillen een schietgebedje, in de hoop dat de oude kast niet zou vallen en navigeerde de mannen richting woonkamer. Hoorde buurman 2 zich mopperend afvragen wat er mis is met een IKEA kast en de andere mannen zuchten en steunen. Op het moment dat de kast op zijn plek stond maakte ik diepe buigingen naar de buurmannen. En voor ik er erg in had waren ze al weer weg.

De kast was in mijn gedachten veel groter maar staat toch goed op de plek die ik ervoor gereserveerd had. Ik had bijna niet meer durven geloven in de komst ervan.

Dit weekend geef ik een kennismakingsborrel voor de buurt. Geen idee of iemand er gehoor aan zal geven, ik ga het zien en beleven. Misschien zijn de buurmannen na het spelen van de sterkste man wel geveld door een hernia. Ik zet in ieder geval het bier vast koud.