We liepen hand in hand. Het was een tijd geleden dat ik hand in hand liep. Of ik zijn hand pakte, hij de mijne of dat het vanzelf ging dat wist ik niet. Maar het voelde wel fijn. In mijn lijf was voldoende dopamine vrijgekomen en ik moest de neiging om te huppelen onderdrukken.

Al kwam het allemaal misschien wat traag op gang, het begon nu ergens op te lijken. Ik geloof dat er zelfs eens door mijn gedachten schoot dat ik dit jaar wellicht wél iemand mee zou nemen naar het kerstdiner van kantoor.

Maar zo traag als het allemaal begon, zo rap was het weer voorbij. Althans, dat is een conclusie die ik stelde. Mijn pogingen tot contact zoeken via app werden steeds minder snel beantwoord en op het moment dat ik op de man af vroeg of we nog eens iets zouden plannen binnenkort ontstond er een radiostilte aan de overkant. Nadat ik er weer eens een quasi nonchalante app tegenaan gooide, kwam er nog wel een reactie met wat cryptische omschrijvingen. Het oplossen van rebussen was nooit m’n sterkste kant geweest. Ik hield ook helemaal niet van puzzelen.
Uit zijn bericht maakte ik wel op dat hij op dit moment met veel zaken bezig was maar ik daar nu niet per se deel van hoefde uit te maken. Althans, hij had nogal veel aan zijn hoofd en was er verder even niet mee bezig, waar dit allemaal toe zou leiden. Nou ben ik iemand die wel graag wil weten waar iets naartoe leidt.
Over het algemeen kan ik best een poosje verdwalen, maar soms wil ik gewoon écht weten of ik op het juiste pad loop. En als het teveel moeite kost om samen dezelfde kant op te lopen, dan loop ik liever weer alleen. Of, liever … Ik bood aan om samen te lopen, niet iedere dag, maar soms een stukje. Stak zelfs mijn hand uit, maar vond zijn hand niet meer.

Ik las ergens dat er door het gebruik van cannabis ook dopamine vrij komt in de hersenen, waardoor je een extreem geluksgevoel kunt ervaren. Ik vermoed dat ik binnen niet al te lange tijd weer eens een jointje opsteek.