Met mijn ogen gesloten liet ik de Lente toe. De zon raakte mij aan en liet sproeten na op mijn huid, als teken dat ze er was. Mijn huid absorbeerde iedere zonnestraal als een spons. Met blote voeten zat ik in het gras, het voelde een beetje vochtig nog en er kriebelde iets tussen mijn tenen.

Eerst drongen de geluiden die ik niet binnen wilde laten komen toch door maar ik besloot me af te sluiten voor al het andere en liet mijn zintuigen hun werk doen.

Ik voelde het vochtige gras onder mijn blote voeten, rook de geur van koeien in de wei, luisterde naar het zweven van de vogels in de lucht en zag de zon tussen de wolken door stralen. En dat, waarvoor ik hier en nu was drong tot mij door. Ik was hier en nu om dit moment in mij op te nemen. Er is alleen maar nu.

Dit gevoel wil ik voor altijd vasthouden, zodat ik het kan pakken als ik het nodig heb. En ik bewaar het in mijn binnenzak.

Als er niets anders meer is dan de warboel van emoties in je hoofd, waardoor je niet meer ziet en hoort wat er is. Als je merkt dat je leven zoals het nu is, als zand door je vingers glipt. Dan zal ik in mijn binnenzak reiken. En dan zal ik je vragen even je ogen te sluiten, waarna ik je mijn gevoel geef, het gevoel dat ik bewaarde.

Ik gun je de zon die je aanraakt en laat je horen dat de vogels zweven in de wind terwijl je met blote voeten in het vochtige gras staat.

Ik gun je de tijd. De tijd die stilstaat.