Bladerend door mijn agenda van 2018 ontstaan flashbacks van dat wat was. Nog altijd vind ik het heerlijk om handgeschreven afspraken te zien staan, de dingen waaraan ik mijzelf wilde herinneren in balpenblauw op wit papier. Handgescbreven herinneringen mogen wat mij betreft nooit verdwijnen. Kleine krabbels in de kantlijn van al dat, wat ik niet vergeten wil. Zo blader ik soms terug en dan ben ik weer even daar, waar ik toen was.

Een korte terugblik op het afgelopen jaar laat duidelijk zien dat ik in de eerste zes maanden van het jaar geblinddoekt door een dal liep, zonder te kunnen zien waar het pad naar boven begon. Tot op het moment waarop ik, door wat hulp vanaf de zijlijn, ineens zag waar dat pad begon. Vanaf dat moment wilde ik het liefst met twee treden tegelijk omhoog. Dat dat iets te hoog gegrepen was, werd mij ook al snel duidelijk. Uiteindelijk besloot ik het pad gewoon in mijn eigen tempo te bewandelen. Dat was de beste keuze die ik het afgelopen jaar maakte.
Ondanks dat ik soms twee stappen voorwaarts en eentje terug deed, liep ik nog altijd voorwaarts.
Ik denk dan ook dankbaar terug aan de keuze die ik maakte om dat te accepteren wat er was, dat was geweest was en open te staan voor dat wat er nog komen zal. Met de overtuiging dat ik zelf in staat ben er iets bijzonder moois van te maken. En soms heb ik het gevoel alsof ik wil rennen, heel hard rennen …
Rennen over de vlakte, een klif aan het einde waar ik – vol overgave – vanaf wil springen (mét parachute) zodat, als ik durf, ik ook naar beneden kan kijken en kan genieten bij de aanblik van dat mooie diepe dal, waar ik heerlijk overheen zweef. Soms even lekker wil blijven zweven maar soms ook even keihard met beide benen op de grond terecht wil komen. Een lang verhaal kort, zonder al te cryptisch te worden.
Dus, over twee-duizend-negen-tien; daarover kan ik vrij kort zijn.
Ik heb er, mét hoofdletters ZIN IN!