‘Hoe kan jij nou geen relatie hebben’ zegt de bezette man, ‘je bent zo leuk, grappig en lief. ‘Sexy ook’ voegt hij er aan toe.
‘Tja’, zeg ik, ‘er moet wel iets mis zijn met mij …’.
‘Nee, zo bedoel ik het niet’ zegt hij, ‘je bent vast te kritisch’.
Te kritisch, denk ik. Kun je te kritisch zijn als het hartzaken betreft.
Mág je kritisch zijn, voordat je weer een stukje van je hart weggeeft?
Ik kan niet anders.

In het verleden ben ik meerdere malen, zonder nadenken vól overgave, in de liefde gevallen. Ik heb de liefde gevoeld, geproefd, intens beleefd. De liefde heeft mij van grote hoogten in diepe dalen doen belanden.
Maar heb het wél gevoéld. En dat is op z’n minst een vereiste, voordat ik de liefde weer binnen laat.

‘Nou, ik wist het wel hoor .. zegt hij’.
‘Wat’? Zeg ik. ‘Wat wist je wel?’
‘Als ik geen vriendin had, dan wist ik het wel’ ..
‘Oh’ zeg ik.
Hij wist het wel.